Wat gebeurt er tijdens een massage

 

Voordat de massage begint vindt er eerst een anamnese plaats.

Tijdens de anamnese houden we een gesprek om kennis met elkaar te maken, dit gaat voornamelijk over de dagelijkse bezigheden zoals, werk, hobby's, sport en gezondheid. Na de eerste massage zal bij elk volgende massage die volgt een korter gesprek zijn om een indicatie te krijgen van de klacht en/of belaste spier(en) die gemasseerd kunnen worden. 

 

Fysiologische waarneming

De fysiologische waarneming heeft als doel het herkennen van de normale structuren van het lichaam zoals de huid, spieren, botten en pezen. Hierbij wordt ook de linker zijde van het lichaam vergeleken met de rechte zijde. 

 

Palpatie

Palpatie is een onderdeel van de Inspectie. Het heeft als doel het herkennen van de normale voelbare structuren van het lichaam en dan met name de huid en de spieren.

 

Massage technieken

 

Intermitterend drukken

Hierbij drukt de masseur met een hand zonder een wrijfbeweging te maken. Toenemende en afnemende druk worden hierbij in een rustig tempo afgewisseld. Bij gebruik van beide handen kunnen deze de druk zowel tegelijkertijd zowel afwisselend toedienen. De opeenvolgende drukkingen kunnen zowel op dezelfde plek blijven of steeds een paar centimeter verder worden toegediend. 

Effleurages

Dit is het onder constante druk de handen (of delen van de handen) laten glijden over de huid en spieren. De werkrichting (strijkrichting) is meestal van distaal naar proximaal (van buiten naar binnen / naar het hart toe). 

 

Petrissage (knedingen)

Het is het ritmisch uitoefenen van toe en afnemende druk op de spier (middels specifieke spierhandgrepen), waarbij de spier wordt opgepakt uit de onderlaag zonder de hand(en) over de huid te verplaatsen.

 

Tapotage (tapotement)

Tapotements is een verzamelnaam voor de massage handgrepen: kloppen, hakken en slaan. Bij tapotage worden met een hoog tempo van slagen een korte aanraking op het lichaam toegepast. 

 

Schuddingen

Is een spier wordt ritmisch uit zijn ligging bewogen en geschud. Voordat dit goed kan gebeuren moeten de origo (oorsprong) en insertie (aanhechting) van de spier zo dicht mogelijk bij elkaar gebracht worden (dan is de spier het meest ontspannen). 
Het doel is het ontspannen van de spier. 

 

Fricties

Dit zijn kleinschalige, doorgaans cirkelvormige, druk/wrijf-bewegingen. In tegenstelling tot de effleurage (waar de handen van de masseur over de huid glijden) wordt bij frictie de huid meegetrokken zodat de huid beweegt ten opzichte van de laag eronder. De bedoeling is een dieptewerking tot in het onderliggende weefsel, daar waar de masseur spanningen weet of vermoedt. 

 

Alle handelingen hebben als doel bevordering van de doorbloeding het afvoeren van vocht en afvalstoffen, ontspanning, stimulatie en activatie van de spieren. Het bestrijden van spier- pijn, verhardingen en kramp en tegen vermoeidheid en spanningen.